Professioneel gedrag in ICT. Zo coach je ICT’ers

Professioneel gedrag in ICT. Zo coach je ICT’ers

Professioneel gedrag in ICT.
Zo coach je ICT’ers

ICT’ers. Vaak wordt ervan gezegd dat ze niet kunnen communiceren. Maar als het gaat over communicatie heb ik altijd de neiging om te vragen: wat dan? waarover dan? hoe dan? wanneer? met wie? En in mijn ervaring zijn ICT’ers wel degelijk in staat om te communiceren. Sterker nog: zij weten als geen ander dat een misverstand in communicatie makkelijk ontstaat en grote gevolgen kan hebben. En ICT’ers zijn in basis dus uitstekende communicatoren. Hoog tijd om concreet te maken wat nu werkelijk het probleem is en wat er precies niet goed gaat. Spoiler: dan hebben we het over de interactie met andere afdelingen. Vaak wordt dit probleem aangeduid met “professioneel gedrag”.

Wat is het probleem?

Waar gaat het over als er geklaagd wordt over communicatie? Vaak betreft het afdelingen afdeling die voor de uitvoering van hun taken afhankelijk zijn van ICT. En vaak gaat het dan over het verstoken blijven van informatie. Informatie waarmee men die taken beter kan plannen en/of organiseren. Denk aan de status van een storing, een wijziging of een dagelijks of wekelijks terugkerende handeling. En die status bestaat grofweg uit: nog niet uitgevoerd, ik ben er mee bezig, het is klaar of het wordt later dan ik had gedacht. In basis is dat het.

In een vorige opdracht kon ik dit concretiseren tot “De status van verstoringen, wijzigingen en verzoeken is inzichtelijk voor de melder en afgegeven planningen worden grosso modo gehaald. Als planningen niet gehaald worden, wordt hierover proactief gecommuniceerd richting melder.”

In breder verband wordt er nog gesproken over de toon waarmee ICT’ers anderen aanspreken. Dat kan verwijtend zijn, uit de hoogte, niet respectvol, etc. Dus: ik (ICT’er), ben oké, en jij (gebruiker, manager, teamleider) bent niet oké. Blijkbaar zijn – naast inhoudelijke communicatie – ook de zachtere aspecten van communicatie van belang. Dit wordt vaak aangeduid met professioneel gedrag.

Overigens hebben ICT’ers ook vaak specifieke informatie nodig om hun eigen taak uit te kunnen voeren., En veelal moet die informatie komen van andere afdelingen en is het uitblijven van die informatie regelmatig de veroorzaker van (te) late opleveringen. Maar daar hebben we het hier niet over.

Inhoudelijke communicatie

Om te bepalen welke inhoudelijke communicatie nodig is moeten we kijken naar het werk van een ICT’er. Dat werk laat zich onderverdelen in: kleine taakjes (storingen, verzoeken, kleine wijzigingen en regulier onderhoud) en wat grotere dingen, wat ik schaar onder de term projecten en waar vaak wat meer interactie voor nodig is. En voor eigenlijk alle taken geldt: communiceer wat je wanneer gaat doen, dat je het aan het doen bent, en dat je het gedaan hebt. En vooral: meld het als dingen anders gaan dan gepland! Overleg hoe je eventuele consequenties van een gewijzigde planning tot een minimum kunt beperken. In mijn ervaring is dat alles wat er aan inhoudelijke communicatie nodig is als het gaat om ICT. De rest gaat over de zachte aspecten van professioneel gedrag.

Professioneel gedrag, wat is dat dan?

Als het gaat over professioneel gedrag, waar gaat het dan over? In de zorg is daar uitgebreid over nagedacht en een definitie van opgesteld. Deze definitie wordt in opleidingen onderwezen en kan moeiteloos worden vertaald naar andere beroepsgroepen (waaronder ICT). Onder professioneel gedrag in de zorg wordt verstaan:

Observeerbaar gedrag waarin de normen en waarden van de beroepsuitoefening zichtbaar zijn. Professioneel gedrag komt tot uitdrukking in woord, gedrag en uiterlijk en is van groot belang voor het basisvertrouwen dat een patiënt in een beroepsbeoefenaar moet kunnen stellen.

Kortom: alleen vakinhoudelijk sterk zijn, is niet genoeg. Het gaat ook om hoe je je gedraagt, hoe je communiceert, je uiterlijk, etc. Dat heeft allemaal invloed op hoe je overkomt bij andere mensen. Laat ik het samenvatten met dat je in je houding, communicatie en misschien ook wel je uiterlijk uitstraalt dat je je kennis en kunde wil inzetten om de ander/het bedrijf verder te helpen.

Training van professioneel gedrag

Nu we weten wat onder professioneel gedrag wordt verstaan, is de training ervan appeltje-eitje. Het begint met een duidelijke instructie: vertel bij alles wat je doet wanneer je het gaat doen, dat je het aan het doen bent, en dat je het gedaan hebt. De meeste helpdeskpakketten voorzien hier overigens automatisch in. En het allerbelangrijkste: treedt in overleg als dingen anders lopen dan gepland. Met het doel om de schade te beperken. Vaak moeten ze daarvoor over een klein drempeltje heen en moet je ze daarmee een klein beetje op weg helpen. Maar de reactie van de ander (feedback) is vaak dermate positief, dat het gedrag al vrij snel een goede gewoonte wordt.

Training on the job

De tweede stap is meer training on the job. Dat begint met aan iedereen te communiceren dat je het als eerste wilt weten als er klachten zijn over het gedrag van ICT’ers. Daarmee haal je gelijk het argument weg om te klagen tegenover iedereen die het maar wil horen (collega’s, vrienden, etc.), behalve de mensen om wie het gaat. Klagen mag, maar dat wel graag tegen degene die er verantwoordelijk voor is . En die moet vervolgens elke klacht zien als een kans om het het professionele gedrag van zijn medewerkers te verbeteren. Vaak gaat de klacht over communicatie en – specifieker – over miscommunicatie. Of anders gezegd: oordelen en vooroordelen die mensen over en weer van elkaar hebben. Hij of zij denkt ook altijd dit, en de anders doet ook altijd dat, etc. Door de werkelijke motivatie van mensen om iets te roepen over te brengen, kun je de al een hele hoop opklaren.

De 4 elementen van een succesvol team

In de hele breedte gaat het over alles wat er mis kan gaan in de samenwerking tussen mensen. Dat voert te ver om allemaal hier te beschrijven, maar een goede basis is te vinden in dit artikel. Normale omgangsvormen, respect voor elkaar, en elkaar begrijpen zijn ook altijd goede uitgangspunten voor een goede samenwerking. Soms is alleen al de ander laten uitpraten genoeg om een patroon te doorbreken.

Over uiterlijk kan ik weinig algemene zaken melden. Ik vind het persoonlijk erg ver gaan om eisen te stellen aan iemands uiterlijk en/of kleding. Maar het kan zijn dat het noodzakelijk is om te functioneren in de omgeving waar je werkt. Zelf heb ik ooit een systeembeheerder gehad die altijd in korte broek rondliep, ook in de winter. Toen ik daar een opmerking over kreeg, heb ik dat probleem lekker gelaten bij de persoon gelaten die de opmerking maakte. De korte broek hoorde gewoon bij die persoon en ik vond de inbreuk op het welzijn van mijn medewerkers in dit geval zwaarder wegen dan het effect dat het had op de samenwerking met anderen. Ook al wist ik dat sommige mensen daar wat van vonden.

Conclusie

Als je bovenstaande toepast, zul je zien dat ICT’ers opeens wel goed kunnen communiceren. En dat ICT’ers opeens veel meer verantwoordelijkheid aankunnen en veel meer het voortouw kunnen nemen, dan je op basis van gedrag uit het verleden zou verwachten. Het functioneren van ICT gaat vooral over de samenwerking tussen ICT en de rest van de organisatie. En als iedereen bovenstaande tips in de praktijk brengt, wordt die samenwerking opeens een stuk hoger gewaardeerd. En waardering worden heel veel mensen – binnen én buiten ICT – een stuk gelukkiger van!

Wil je vaker dit soort artikelen lezen? Schrijf je dan hier in en ontvang maximaal eens per twee weken een nieuw artikel in de mailbox.

Reinout Martens

Reinout Martens

Eigenaar en oprichter van Kaderbreed B.V.

Toen Reinout een jaar of 21 was – hij studeerde nog – zat hij op een feestje, waar iemand vertelde dat er een interim manager bij haar bedrijf gestart was. Een botte boer die, zonder rekening te houden met zorgvuldig opgebouwde gewoontes, relaties, werkverhoudingen, etc. overal de bijl inzette en geen rekening leek te houden met wat dat met de mensen deed. Reinouts eerste gedachte was:

“dat kan anders en ik ga dat bewijzen”.

Hoe je lang openstaande meldingen aanpakt

Hoe je lang openstaande meldingen aanpakt

Hoe je lang openstaande meldingen aanpakt

Lang openstaande meldingen. Het is het probleem van vrijwel elke ICT-afdeling. Meldingen die 2, 3 maanden openstaan zijn geen uitzondering. Bij een van mijn recente opdrachtgevers stond de oudste melding zelfs 2 jaar (!) open. En dat terwijl het probleem van lang openstaande meldingen vrij eenvoudig op te lossen is. Het kost wat discipline en uithoudingsvermogen. Meer niet.

Daarom leg ik hieronder uit hoe je het probleem van lang openstaande meldingen oplost. In de hoop dat gebruikers voortaan minder lang op het verwerken van hun melding hoeven te wachten en dus tijd kunnen besparen. Allereerst leg ik het waarom meldingen zo lang open blijven staan. Als we dat eenmaal begrijpen volgt de oplossing van het probleem daar vrij logisch uit.

Lang openstaande meldingen. Waarom staan ze open?

Als we kijken naar de reden waarom sommige meldingen zo lang openstaan komen we steevast de volgende oorzaken tegen.

De belangrijkste oorzaak is dat voor het oplossen nét even meer tijd nodig is dan gebruikelijk. Er is bijvoorbeeld navraag bij iemand anders nodig. Er moet een mailtje voor gecomponeerd worden. Of er is goedkeuring van iemand nodig. Hele simpele, eenvoudige dingen, maar lang genoeg dat er iets anders (urgenter, belangrijker, of soms gewoon makkelijker: ach, laat maar) tussendoor komt. En het rendement daarvan is altijd hoger dan dat van die ene melding. En vervolgens verdwijnt de melding naar onderop de stapel om pas veel later weer boven te komen drijven. Niet moeilijk, zeker begrijpelijk, maar erg vervelend voor de gebruiker in kwestie.

Prioriteiten

Een andere oorzaak is dat er altijd andere prioriteiten zijn. Er staat iemand voor je bureau, deze melding moet van de baas echt even voor, of er is iets uitgevallen waardoor een of meerdere gebruikers niet verder kunnen. Kortom: andere meldingen gaan op een of andere manier altijd voor. En dus verdwijnt de betreffende melding weer naar onderop de stapel en duikt pas veel later weer op.

Communicatie

Een derde, ook veel voorkomende oorzaak is gebrek aan communicatie. Voor het oplossen van de melding is net even wat meer informatie nodig. En die moet bij de betreffende gebruiker – of iemand anders – opgehaald worden. Vervolgens kan het op veel plekken misgaan: de betreffende ICT’er wordt verstoord door een urgentere melding (baas, prioriteit of gebruiker aan bureau); de persoon met informatie is niet bereikbaar, belt niet terug, is op vakantie, ziek, of ziet de mail over het hoofd; het mailtje terug komt bij een ICT’er die net afwezig is of de mail mist; enzovoorts, enzovoorts. En zo blijft de melding openstaan. Wachtend op het antwoord dat nooit komt.

Het was (even) druk op de afdeling. Ook een belangrijke oorzaak om onder op de stapel te belanden. En dan kan het dus zomaar 2 jaar duren voordat een melding wordt opgepakt. Of helemaal niet. Want als iets zo oud is, “zal de gebruiker vast wel een nieuwe melding hebben ingeschoten” als het echt belangrijk was. Of niet soms? Maar jij bent net die fatsoenlijke gebruiker die wel netjes wacht een geen nieuwe melding inschiet.

Soms kost een melding gewoon echt meer tijd. Moet ervoor overlegd worden, is er een afhankelijkheid van een andere afdeling of derde partij. Het zijn simpele dingen, maar ondertussen loopt de tijd gewoon door. En staat uiteindelijk de doorlooptijd niet meer in verhouding tot de eenvoud van het oorspronkelijke verzoek.

Is dat alles? Ja, vaak is dat alles. Zo eenvoudig kan het zijn. Maar je zult maar net die ene gebruiker zijn die op de behandeling van je melding zit te wachten. En je denkt: wat is daar nou ingewikkeld aan? Hoe moeilijk kan het zijn? En gelijk heb je! Het is relatief eenvoudig. Maar niet eenvoudig genoeg.

Hoe kunnen we dat oplossen?

Nu we de oorzaken weten waarom meldingen en zo lang openstaan, begrijpen we dat er net genoeg aandacht (focus) moet zijn om dat ene drempeltje wel over te gaan. En erachter komen wat er moet gebeuren. De IT’ers snappen ook wel dat het eigenlijk heel weinig moeite is. Maar in de dagelijkse hectiek is er vaak geen tijd om daar over na te denken.

De eerste stap daarin is om meetbaar te maken hoe lang meldingen openstaan. Dit kan een eenvoudig lijstje zijn met langst openstaande meldingen. Een top 10. Of het aantal meldingen dat langer dan X dagen openstaat. En dat dan met een trend over de afgelopen week bijvoorbeeld. Iets dat de focus legt op die te lang openstaande meldingen. En iets dat motiveert om de cijfers gunstiger te krijgen. Hang die – bijgehouden – rapportage dus zichtbaar op. Of hang een voor iedereen zichtbaar scherm op waar dat voortdurend getoond wordt. Vaak is dit al voldoende om net dat ene zetje te geven om een melding wel op te lossen.

Geef het de tijd

Voor de wat taaiere meldingen is de oplossing ook eenvoudig. Zorg dat elke melding de tijd krijgt die ervoor nodig is. Organiseer een wekelijkse meeting om de langst openstaande meldingen te bespreken. Begin met de oudste en vraag per melding welke actie(s) uitgevoerd moeten worden om de melding op te lossen. En spreek af wie die actie gaat uitvoeren. En meer niet. Stop ook als de eindtijd van de meeting bereikt is. Of je nou bij melding 3 of melding 10 bent. Volgende keer een nieuwe poging. En begin op dezelfde manier. Spreek mensen niet aan op het niet uitvoeren van een actie. Daar is vast een goede reden voor. Probeer in plaats daarvan te achterhalen waarom iets nog niet is uitgevoerd. Wat iemand belemmerde om de actie uit voeren. Wat hij of zij nodig heeft om de actie deze week wel uit te voeren. En concentreer je op het wegnemen van die drempels.

En dat is het. Meer is er niet voor nodig.

Conclusie

Met bovenstaande acties zijn vrijwel alle oorzaken van lang openstaande meldingen op te lossen. Op die paar uitzondering na, die prima uit te leggen zijn. Het enige wat je hoeft te onderzoeken, is wat er nodig is om de melding wel op te lossen en daarin te voorzien. En de discipline om elke week – maar dan ook echt elke week – de lijst met openstaande meldingen door te akkeren. Structureel. Zonder onderbreking.

Het oplossen van welbekende problemen in de ICT kan soms echt heel eenvoudig zijn. Lang openstaande meldingen zijn daar een voorbeeld van. Je moet alleen even weten hoe. En rekening houden met de mensen die het werk moeten uitvoeren. Want die bedoelen het echt gewoon goed. Soms hebben ze net dat beetje extra nodig om het werk echt goed uit te voeren. Focus, structuur en mensen. I love it.

Wil je vaker dit soort artikelen lezen? Schrijf je dan hier in en ontvang maximaal eens per twee weken een nieuw artikel in de mailbox.

Planning maken in ICT – Zo levert ICT wél op tijd

Planning maken in ICT – Zo levert ICT wél op tijd

Planning maken in ICT.
Zo levert ICT wél op tijd

We lopen er allemaal tegenaan, een planning maken in ICT. Het is ook het probleem van vrijwel elke ICT-afdeling: planningen die niet gehaald worden. Het gevolg is ook al even voorspelbaar: teleurgestelde afdelingen die ergens op wachten, de ICT-afdeling weggezet als onprofessioneel, en mogelijk schade door niet nagekomen beloftes, weglopende klanten of zelfs boetes tot gevolg. Alle reden dus om te kijken hoe dit soort problemen te voorkomen. In dit artikel noem ik een aantal voorbeelden.

Allereerst leg ik uit waarom planningen in veel gevallen niet gehaald worden. Als we dat weten volgt daar namelijk vrij logisch uit wat we moeten doen om de planningen te halen.

Waardoor worden ICT planningen niet gehaald?

Oorzaak één

De belangrijkste oorzaak waarom planningen niet gehaald worden bij ICT, is dat er voortdurend andere prioriteiten zijn. Werk met een planning kan namelijk ook morgen uitgevoerd worden En vaak ook volgende week of zelfs pas volgende maand. Een storing moet altijd nu opgelost worden. Net als die gebruiker die niet kan werken of wiens Word het even niet doet, net nu hij vanmiddag voor de deadline zit. En “had ie maar beter moeten plannen” is dan niet het antwoord waar hij of zij op zit te wachten. Dus ander werk en andere prioriteiten gaan altijd voor.

Oorzaak twee

De tweede oorzaak waarom planningen niet gehaald worden zit hem in afhankelijkheden. Een ICT-systeem staat nooit op zichzelf en heeft altijd afhankelijkheden van anderen. Vaak zijn er koppelingen met derden, waarmee afstemming nodig is om het gewenste te realiseren. En die moeten dan precies beschikbaar zijn op de momenten dat er (zie boven) wel tijd is voor de gewenste oplevering.

Oorzaak drie

De derde oorzaak zit hem in optimistische planning . Ook dat komt helaas veel te vaak voor en moet voorkomen worden. ICT-werk is net als dat klusje in huis wat je denkt in een uurtje te kunnen doen. Er komen altijd verrassingen uit waardoor het minstens twee keer, maar vaak nog langer duurt. Of erger: je moet terug naar de bouwmarkt omdat je materialen en/of een bepaald soort gereedschap mist. Het werk van ICT’ers is net zo. Dus net als bij klussen in je eigen huis zijn ICT’ers geneigd om hun eigen werk te optimistisch in te schatten.

Tot slot is er nog voortschrijdend inzicht. Dat we vergeten we nogal eens. Omdat met de oplevering van (delen van) het systeem dingen opeens enorm concreet worden, ontstaan vaak nieuwe inzichten. Daardoor groeit het wensenlijstje, neemt het werk toe en loopt de planning uit. En, paradoxaal: dat wil je! Voortschrijdend inzicht zorgt ervoor dat het systeem alleen maar beter wordt. Dus dat zou je moeten omarmen. Maar je wilt toch die planning halen.

In het slechtste geval laten we (1) alle gebruikers met acute problemen voor, vragen we (2) niet naar de planning en randvoorwaarden en laten we (3) de ICT’er het werk een factor 2,5 te optimistisch inschatten. En als er iets opgeleverd wordt, laten we (4) geen nieuwe wijzigingen toe. Vind je het gek dat sommige mensen erg ontevreden zijn over ICT?

Hoe dit nu op te lossen?

De oplossing laat zich vrij eenvoudig uittekenen.

Stap 1

De eerste en belangrijkste stap is zorgen dat medewerkers zonder gestoord te worden aan de gewenste oplevering kunnen werken. Dit bereik je door andere medewerkers aan alle overige verstoringen te laten werken: gebruikersproblemen, helpdesk, telefoon en mail. En langslopende gebruikers “Ik was toevallig toch in de buurt”. Zorg er ook voor dat je afspraken maakt of iets regelt als de rest van de afdeling is om ergens anders in het gebouw een probleem op te lossen. Dat is één.

Stap 2

De tweede stap is zorgen dat alle randvoorwaarden duidelijk zijn en ingevuld worden. ICT’ers weten vaak uitstekend waar ze allemaal van afhankelijk zijn. Want daardoor halen ze iedere keer hun planning niet! Dus vraag er gewoon naar: “Wat heb jij allemaal nodig van anderen om je planning te halen?” En: “Dus als dit-en-dat allemaal geregeld is, ben jij dan de enige die nog kan zorgen voor vertraging?”. Vervolgens is het zaak om voor elke randvoorwaarde specifieke afspraken te maken met de partij die de randvoorwaarde moet invullen. Inclusief duidelijke afspraak over de deadline waarop het geregeld moet zijn. Normaal projectmanagement dus. Kwestie van regelen.

Stap 3

De derde stap komt aan op goede aansturing. Ik ben van mening dat elke professional in staat moet zijn om een realistische planning af te geven. En veel ICT’ers kunnen dat ook. Probleem is vaak dat daarvoor bepaalde randvoorwaarden ingevuld moeten worden. En die afhankelijkheden worden vaak niet helder gecommuniceerd. Het is dus zaak om alle afhankelijkheden zo uitvoerig mogelijk in kaart te brengen en dat de rest uitgevoerd kan worden door de persoon of het team in kwestie. Dan kun je iemand ook verantwoordelijk houden voor die planning.

Het punt van voortschrijdend inzicht is in te vullen door een goede wijzigingsprocedure . Een Agile werkwijze voorziet daar van nature in. En natuurlijk moet die wijzigingsprocedure zo goed mogelijk gefaciliteerd worden. Voorschrijvend inzicht wil je! Bedenk van tevoren goed hoe de besluitvorming rondom wijzigingen moet verlopen. Wie moet je allemaal betrekken? Wie mag/moet er iets van vinden? Waar wordt besloten? Op basis waarvan? Wat zijn de consequenties voor de planning? Als je de route voor wijzigingen goed hebt ingevuld, kun je daar een redelijk geoliede procedure van maken. Mits de besluitvorming goed is, is het geen enkel probleem om wijzigingen te faciliteren. Van voortschrijdend inzicht kan het echt alleen maar beter worden. Zolang de slechte wijzigingen er maar uitgefilterd worden.

Conclusie

Met bovenstaande maatregelen moet het mogelijk zijn om meer dan 80% van alle planningen in ICT te halen . De toekomst is niet te voorspellen. Dus die overige 20% gaan we denk ik nooit halen. Maar als 80% van de planningen wel gehaald wordt, zal iedereen veel tevredener zijn over ICT. En daar worden alle ICT’ers én de rest van de organisatie een stuk blijer van. En daar wordt ik dan weer blij van!

Wil je vaker dit soort artikelen lezen? Schrijf je dan hier in en ontvang maximaal eens per twee weken een nieuw artikel in de mailbox.

Reinout Martens

Reinout Martens

Eigenaar en oprichter van Kaderbreed B.V.

Toen Reinout een jaar of 21 was – hij studeerde nog – zat hij op een feestje, waar iemand vertelde dat er een interim manager bij haar bedrijf gestart was. Een botte boer die, zonder rekening te houden met zorgvuldig opgebouwde gewoontes, relaties, werkverhoudingen, etc. overal de bijl inzette en geen rekening leek te houden met wat dat met de mensen deed. Reinouts eerste gedachte was:

“dat kan anders en ik ga dat bewijzen”.

Is mijn ICT klaar voor de toekomst in 5 vragen

Is mijn ICT klaar voor de toekomst in 5 vragen

Is mijn ICT klaar voor de toekomst?

Is mijn ICT klaar voor de toekomst. Veel leidinggevenden hebben de sturing op hun ICT overgelaten aan de ICT-manager. Tot nu toe ging dat best aardig omdat ICT van de ICT was en de business van de business. ICT was eigenlijk meer automatisering en ging vooral over de financiële administratie en de personeelsadministratie. Een bedrijfsvoeringsfeestje dus. Maar nu ICT steeds meer onderdeel wordt van het normale zakelijke- en consumentenverkeer, gaat die vlieger niet meer op. ICT is een wezenlijk onderdeel van de operatie geworden. En daarmee ook de zorg van de leidinggevende in diezelfde operatie. Als managers blijven sturen op ICT zoals ze vroeger deden, zouden we wel eens voor onaangename verrassingen kunnen komen te staan.

Hieronder geef ik een lijst van 5 vragen die leidinggevenden (zichzelf) kunnen stellen om te checken of hun ICT klaar is voor de nieuwe tijd waarin we leven. En of ICT een risico vormt voor de zaken waarvoor zij verantwoordelijk zijn.

Vraag 1: Wat bepaalt de prioriteit van ICT-storingen?

De belangrijkste indicator of ICT gericht is op het verbeteren van de organisatie, is om te kijken naar situaties waar ICT impact heeft op die organisatie. In crises zie je mensen namelijk terugvallen op hun basisgedrag. En hoe de prioriteiten werkelijk liggen. Want ICT heeft vaak geen flauw idee waar het in het bedrijf om draait (omgekeerd trouwens ook niet, maar daar hebben we het hier niet over). ICT heeft daarmee regelmatig geen flauw idee wat belangrijk is voor de operatie en wat niet. Kun je ze ook niet kwalijk nemen, want dat heeft nog niemand ze ooit verteld. Daar zijn ze nog nooit op gestuurd. Dat is zo gegroeid. Open communicatie is hierin dus een belangrijke factor om ervoor te zorgen dat de hele organisatie van elkaar weet waar ze mee bezig zijn.

Vraag 2: Wat zijn de consequenties van een wijziging?

Een ICT-afdeling die geen verantwoordelijkheid kan nemen voor de planning en impact van zaken die zijzelf bepalen, is duidelijk niet in control. En daarmee niet in staat om de concurrentie aan te gaan op vlakken waarin u het verschil wilt maken. Kan ICT een duidelijk en compleet beeld geven van de consequenties van een voorgestelde wijziging? En kan ICT alternatieven aandragen om hetzelfde te bereiken? Als dat niet zo is, heeft u een duidelijk signaal dat uw ICT niet klaar is voor de toekomst.

Vraag 3: Welk belang staat voorop?

Veel keuzes in ICT worden gemaakt op basis van wat belangrijk is voor de ICT-afdeling: stabiliteit van de ICT-omgeving, een “mooie” oplossing, technisch vooruitstrevend, of gewoon wat het makkelijkste is.

Ga dit eens na bij de medewerkers die ervaring hebben met het werken met de ICT-afdeling. De antwoorden zullen u mogelijk verbazen. Maar ICT staat natuurlijk ten dienste van het primaire proces. En niet andersom. De tijd dat ICT’ers konden doen waar ze zelf zin in hadden, is helemaal voorbij. Een ICT afdeling die het eigen belang voorop stelt, is niet klaar voor de toekomst. Dat behoeft geen toelichting.

Vraag 4: Is de kennis in uw ICT-afdeling gespreid?

Een volwassen ICT-afdeling heeft ervoor gezorgd dat de kennis geborgd is bij meerdere personen. En dat oplossingen universeel toegepast zijn. “Onder architectuur” heet dat in (dure) ICT-termen. Het betekent dat meerdere ICT-ers snappen hoe een systeem is opgebouwd. En dat meerdere ICT’ers verstoringen aan dat systeem kunnen oplossen.

Als dat niet zo is, gaan ICT’ers vaak gewoon hun eigen gang. En wordt er niet gestuurd op eenvoud in oplossingen en technische oplosbaarheid van problemen.

Vraag 5: Wanneer wordt een melding opgelost?

Als uw ICT-afdeling geen fatsoenlijk overzicht heeft van openstaande meldingen (vragen, verzoeken, storingen, wensen) en daarover geen adequate voorspelling kan geven, is uw ICT-afdeling duidelijk niet in control. Met zo’n afdeling gaat u natuurlijk nooit de oorlog winnen.

Conclusie

Is mijn ICT klaar voor de toekomst, een belangrijke vraag dus. Als bovenstaande vragen allemaal positief beantwoord worden, bevindt u zich (zeer waarschijnlijk) in de gelukkige omstandigheid dat uw ICT-afdeling de boel onder controle heeft en klaargestoomd is voor de toekomst. Proficiat, want uw ICT-afdeling is waarschijnlijk een uitzondering. Als bovenstaande vragen niet allemaal positief beantwoord kunnen worden, dan behoort u tot de – naar mijn idee overgrote – meerderheid waar uw ICT-afdeling de boel niet onder controle heeft. Gefeliciteerd, u bent beslist geen uitzondering. En u behoort tot de selecte groep managers die zich afvraagt of dat wel voldoende is.

Zoals uit bovenstaande vragen blijkt is het helemaal niet moeilijk om te constateren of uw ICT-afdeling in control is of niet. Daarvoor hoeft u geen verstand van ICT te hebben. Om ICT op de juiste manier in te richten is vaak wel meer kennis vereist. En die kennis is vaak niet aanwezig in kleine(re) ICT-afdelingen. En vaak niet goed doorgevoerd in grotere ICT-afdelingen. Wij kunnen u laten zien dat het niet nodig is om uit control te zijn. Want het goed organiseren van ICT hoeft niet moeilijk te zijn.

Wilt u een keer doorpraten over de antwoorden op bovenstaande vragen? Of een keer advies om zicht te krijgen op de stand van zaken bij uw ICT-afdeling? Of weet u het antwoord al en wilt u graag bij de selecte groep koplopers gaan horen? Wij helpen u graag!

Wil je vaker dit soort artikelen lezen? Schrijf je dan hier in en ontvang maximaal eens per twee weken een nieuw artikel in de mailbox.

Reinout Martens

Reinout Martens

Eigenaar en oprichter van Kaderbreed B.V.

Toen Reinout een jaar of 21 was – hij studeerde nog – zat hij op een feestje, waar iemand vertelde dat er een interim manager bij haar bedrijf gestart was. Een botte boer die, zonder rekening te houden met zorgvuldig opgebouwde gewoontes, relaties, werkverhoudingen, etc. overal de bijl inzette en geen rekening leek te houden met wat dat met de mensen deed. Reinouts eerste gedachte was:

“dat kan anders en ik ga dat bewijzen”.

Hoe houd je focus in een meeting

Hoe houd je focus in een meeting

Hoe houd je focus in een meeting?

Vergaderingen hebben nogal snel de neiging saai te zijn. Eindeloos gepraat over zaken die er ogenschijnlijk helemaal niet toe doen, stokpaardjes van collega’s die al tien keer voorbijgekomen zijn, en te vaak een teleurstellend resultaat en/of een besluit waar niemand zich in kan vinden. Waarom doen we ons zelf dit aan? Terwijl een vergadering – mits goed opgezet – in mijn ervaring de start van een uiterst succesvolle samenwerking kan zijn. Vandaar de vraag: hoe houd je focus in een meeting?  Hier een aantal tips hoe je een succesvolle bijeenkomsten opzet. Ik noem dat meetings met focus.

Voorbereiding

Een goede voorbereiding is het halve werk. Niet voor niets een gevleugelde uitspraak. Dit begint met de samenstelling van de aanwezigen. Nodig alleen die mensen uit die een relevante bijdrage kunnen leveren. En alleen díe mensen, en niemand méér. In principe zijn dit alle betrokken personen. Zorg ook dat iedereen die een relevante bijdrage kan leveren aanwezig is, zodat niet later nieuwe informatie tot andere inzichten kan leiden.

Bedenk ook een goede doelstelling voor de meeting. En besteed tijd aan de uitnodiging van de meeting. Hierin staat minimaal: (1) de aanleiding van de meeting; (2) wat je wilt bereiken; (3) de agenda, (4) datum/tijd, locatie en duur van de meeting, en of er voor koffie/thee/lunch wordt gezorgd; (5) wanneer de meeting wat jou betreft geslaagd is. Stuur vooraf ook zoveel mogelijk relevante stukken mee. En als mensen iets moeten voorbereiden of alvast ergens over moeten nadenken, is dat ook handig om te vermelden.

Aftrap

Begin de sessie met een introductie waarom je bij elkaar zit. Waarom is het belangrijk? Durf daarbij best een beetje te dramatiseren. Bijvoorbeeld door de introducties door een directeur of de baas van de baas te laten verzorgen.

De volgende stap is iedereen betrekken bij de meeting. Dit kan heel simpel met een voorstelrondje, een rondje waterstanden, of een eenvoudige vraag die iedereen kan beantwoorden: hoe begon jouw dag, wat was je eerste huisdier, wat voor lekkers onlangs gegeten, etc. Belangrijk is om op dit moment nog uit de inhoud te blijven.

Vervolgens schrijf je doelstelling van de sessie op. Dat heb je uiteraard goed voorbereid. Kies een doelstelling waar niemand het mee oneens kan zijn. Zorg dat die doelstelling gedurende de hele sessie voor iedereen zichtbaar blijft, zodat eraan gerefereerd kan worden. Dit kan bijvoorbeeld door hem op een flip-over te schrijven en aan de muur te hangen. Anker de doelstelling vervolgens door iedereen zijn persoonlijke doelstelling voor de sessie te laten opschrijven en eventueel te delen. Dat laatste (delen) mag wel, maar hoeft niet.

Eindig de introductie met een setje met huisregels voor de sessie: iedereen uit laten praten, beperk je tot het onderwerp van de sessie, etc. Laat mensen ook zelf regels verzinnen om de effectiviteit van de sessie te bevorderen. Vaak weten zij als geen ander hoe dit soort meetings verziekt worden.  Ook de huisregels hang je gedurende de hele sessie zichtbaar op, zodat daaraan gerefereerd kan worden.

Inhoud van de meeting

De inhoud van de meeting begint met de feiten op een rijtje te zetten. Dit kan door het opstellen van een tijdslijn, of met een andere kapstok om het plaatje compleet te krijgen. Feiten zijn in dit geval alles wat je met je zintuigen (kijken, horen, ruiken, proeven, voelen) kunt waarnemen. Beperk je tot de feiten, meningen zijn voor hierna.

Vervolgens ga je met de aanwezigen inventariseren wat allemaal kan bijdragen aan de doelstelling. Eventueel kun je ervoor kiezen om de inventarisatie op te spitsen. Bijvoorbeeld eerst alle oorzaken,  problemen of knelpunten en vervolgens alle oplossingen, maatregelen of benodigde afspraken.

Dan is het tijd om een selectie te maken. Belangrijk is om hierbij duidelijk te krijgen wat de criteria zijn voor het selecteren van de oplossing. Moet het snel tot resultaat leiden? Mag het impact op de organisatie hebben? Is support van het management belangrijk? Dit maakt de weg vrij voor een inhoudelijke discussie die appels met appels vergelijkt. Wat is belangrijk? En waarom is de ene oplossing beter dan de andere? Op die manier wordt er veel meer informatie uitgewisseld, wat leidt tot kwalitatief betere besluiten. En tot draagvlak voor die besluiten.

Afsluiting

Als de besluitvorming helder is, kunnen er vervolgafspraken gemaakt worden. Wie moet wat wanneer doen en wat heeft hij of zij daarvoor van wie nodig? Vaak zijn degenen die een oplossing bedenken ook degenen die die oplossing kunnen implementeren. Zorg dat iemand niet alleen maar taken erbij krijgt door het leveren van een goede bijdrage. Regel ruimte en tijd in hun agenda’s voor het uitvoeren van taken. Daar is vaak een baas bij nodig – ben jij dat? – die tijd, ruimte en middelen kan verzorgen.

Maak een actielijst met wie, wat, wanneer af heeft, wat daarvoor nodig is (tijd, middelen) en wie dat moet regelen. De kolommen met wie kunnen alleen gevuld worden met mensen die aanwezig zijn bij de sessie. Heb je iemand nodig buiten de groep? Spreek dan af wie binnen de groep dat regelt. Deze manier van afspraken maken bevat alle elementen van een succesvol team: een heldere doelstelling, open communicatie, gedeeld leiderschap en een prettige sfeer.

Tot slot bespreek je aan de hand van de actielijst wanneer het zinvol is om weer bij elkaar te komen. En hoe dat geregeld wordt: ter plekke prikken of (actiepunt:) agendaverzoek, secretariaat, datumprikker. Maak ook afspraken over de communicatie: wie moet/mag wat met wie communiceren. En hoe wordt dat gecommuniceerd (medium, inhoud boodschap)? Mag alles met iedereen gedeeld worden wat hier besproken is? Maak ook afspraken hoe je onderling communiceert als zaken anders lopen dan gedacht en over hoe de voortgang gemonitord wordt.

Conclusie

Op deze manier vergaderen geeft vaak een hele andere energie aan de meeting. En aan het team. Het leidt tot gedragen besluiten. En deze zijn vertaald in concreet uitvoerbare acties. Het enige wat jij hoeft te doen is vervolgens monitoren of de afgesproken acties ook (op tijd) uitgevoerd worden!

 

Wil je vaker dit soort artikelen lezen? Schrijf je dan hier in en ontvang maximaal eens per twee weken een nieuw artikel in de mailbox.

Reinout Martens

Reinout Martens

Eigenaar en oprichter van Kaderbreed B.V.

Toen Reinout een jaar of 21 was – hij studeerde nog – zat hij op een feestje, waar iemand vertelde dat er een interim manager bij haar bedrijf gestart was. Een botte boer die, zonder rekening te houden met zorgvuldig opgebouwde gewoontes, relaties, werkverhoudingen, etc. overal de bijl inzette en geen rekening leek te houden met wat dat met de mensen deed. Reinouts eerste gedachte was:

“dat kan anders en ik ga dat bewijzen”.

Open communicatie, hoe krijg je dat voor elkaar?

Open communicatie, hoe krijg je dat voor elkaar?

Laatst postte ik een berichtje op LinkedIn waarin ik stelde dat niet overlegde besluiten altijd bij de baas terugkomen. Van verschillende kanten kreeg ik de reactie dat niet iedereen zijn mening altijd wil of kan geven. Blijkbaar is het nog best lastig om een sfeer te creëren waarin iedereen zijn of haar mening durft te geven. Terwijl open communicatie – zo noem ik dat – voor mij een van de vier elementen is van een effectieve samenwerking. En in mijn optiek essentieel voor de juiste besluiten naar een effectief functionerende ICT. Hoogste tijd om uit te leggen hoe je dat voor elkaar krijgt: open communicatie.

Laat ik eerst uitleggen wat ik onder open communicatie versta. Voor mij betekent open communicatie: je (zakelijke) mening geven zonder angst voor negatieve consequenties. Sterker nog: je gelooft dat je je teamgenoot een dienst bewijst door je mening te delen. Dat iedereen daar beter van wordt. Dat jouw mening de moeite waard is. En dat je je team echt iets onthoudt door je mening voor je te houden. Geen angst, je mening telt en voegt iets toe. Dat versta ik onder open communicatie.

Wil je dit artikel liever op een later moment lezen?
We schreven hier ook een handboek over, waar we dit tot in detail bespreken.
Dit handboek vind je hier en is gratis te downloaden!

Open communicatie – Of tegenspraak

Volgens Peter van Lonkhuyzen zitten er drie belangrijke voordelen aan open communicatie – of Tegenspraak zoals hij het noemt:

(1) Meer ogen zien meer. In veel organisaties kan het individu niet alles zelf meer overzien. Je hebt extra ‘oren en ogen’ van je collega’s nodig.

(2) Werknemers werken graag voor organisaties waar hun mening serieus wordt genomen. In het bijzonder jonge werknemers, de digital natives die bedrijven zo hard nodig hebben. Zij zijn al van jongs af aan gewend dat hun mening telt.

(3) Meer betrokkenheid. En dat leidt tot meer productiviteit en winstgevendheid, een betere klantloyaliteit en productkwaliteit. Bovendien hebben deze bedrijven minder veiligheidsincidenten, diefstal en absentie.

De grote vraag is: hoe krijg je dat voor elkaar? Mijn ervaring is dat je dat het beste doet door in een aftrap een stevige basis neer te leggen en dat verder uit te bouwen door in de periode daarna daar goede opvolging aan te geven. In een projectorganisatie lenen de kick-off en het projectoverleg zich daar uitstekend hiervoor. Voor lijnorganisaties kan je een heidag en het teamoverleg hiervoor gebruiken. De structuur ervan is hetzelfde. In onderstaande tekst zal ik de beide elementen – aftrap en opvolging – na elkaar behandelen.

De aftrap

Een goede aftrap begint al met de samenstelling van de aanwezigen. Nodig alleen die mensen uit die een relevante bijdrage kunnen leveren. Maar alleen die mensen, en niemand meer. In principe zijn dit alle betrokken personen. Zorg ook dat iedereen die een relevante bijdrage kan leveren aanwezig is, zodat niet later nieuwe informatie tot andere inzichten kan leiden.

Introductie

Begin de sessie met een introductie waarom we bij elkaar zitten. Daarna moet je zo snel mogelijk iedereen betrekken. Dit kan heel simpel met een voorstelrondje, een rondje waterstanden, of een eenvoudige vraag die iedereen kan beantwoorden: hoe begon jouw dag, wat was je eerste huisdier, wat voor lekkers onlangs gegeten, etc. Belangrijk is om op dat moment nog uit de inhoud te blijven.

Doelstellingen

Vervolgens schrijf je doelstelling van de sessie op. Dat heb je uiteraard goed voorbereid. Kies een doelstelling waar niemand het mee oneens kan zijn. Zorg dat die doelstelling gedurende de hele sessie voor iedereen zichtbaar blijft, zodat eraan gerefereerd kan worden. Dit kan bijvoorbeeld door hem op een flip-over te schrijven en aan de muur te hangen. Anker de doelstelling vervolgens door iedereen zijn persoonlijke doelstelling voor de sessie te laten opschrijven en eventueel te delen. Dat laatste (delen) mag wel, maar hoeft niet.

Huisregels

Eindig de introductie met een setje met huisregels voor de sessie: iedereen uit laten praten, beperk je tot het onderwerp van de sessie, etc. Laat mensen ook zelf regels verzinnen om de effectiviteit van de sessie te bevorderen. Ook deze regels hang je gedurende de hele sessie zichtbaar op, zodat daaraan gerefereerd kan worden.

Feiten op een rijtje

Daarna is het handig om de feiten op een rijtje te zetten. Alles wat duidelijk maakt hoe de huidige situatie is, wat de stand van zaken is en waarom het nu de tijd is om daar wat aan te doen. Gebruik je creativiteit, maar beperk je tot de feiten. Feiten zijn in dit geval alles wat je met je zintuigen (kijken, horen, ruiken, proeven, voelen) kunt waarnemen. Meningen zijn voor hierna. Je kunt ook de groep gebruiken om de feiten op tafel te krijgen. In de vorm van een brainstorm die zich beperkt tot de feiten.

Brainstormen

Vervolgens ga je brainstormen over wat allemaal kan bijdragen aan de doelstelling. Dit kan zijn over een plan van aanpak, maatregelen om iets te bereiken, wat de onderwerken moeten zijn die aan de orde komen, of wat maar van toepassing is voor de situatie. Of wat je met elkaar te doen hebt. Deze brainstorm kun je ook opsplitsen in oorzaken/problemen/knelpunten en oplossingen/maatregelen/benodigde afspraken.

Selecteren

Als je alle oplossingen/maatregelen/benodigde afspraken zo’n beetje verzameld hebt, maak dan een selectie van de meest kansrijke oplossingen. Dat kan bijvoorbeeld door ze te scoren op de kwadranten inspanning hoog-laag en rendement hoog-laag. Voorkom hierbij dat mensen met hun favoriete stokpaardjes komen. Vaak zijn die wel te voorspellen en met een beetje creativiteit verzin je wel een afspraak om die te voorkomen.

Vervolgafspraken

Nu we het met elkaar over eens zijn wat er te doen is, is het een kwestie van vervolgafspraken maken. Wie moet wat wanneer doen en wat heeft hij of zij daarvoor van wie nodig? Vaak zijn degenen die een oplossing bedenken ook degenen die die oplossing kunnen implementeren. Zorg dat iemand niet alleen maar taken erbij krijgt door het leveren van een goede bijdrage. Regel ruimte en tijd in hun agenda’s voor het uitvoeren van taken. Daar is vaak een baas bij nodig die tijd, ruimte en middelen kan verzorgen. Of dat ben je zelf. Als dingen echt belangrijk zijn – en dat zijn ze volgens de aanwezigen – dan moet je voor tijd, ruimte en middelen ook de handen op elkaar kunnen krijgen.

Actielijst

Zo kun je een actielijst maken met wie, wat, wanneer af heeft, wat daarvoor nodig is (tijd, middelen) en wie dat moet regelen. De kolommen met wie kunnen alleen gevuld worden met mensen die aanwezig zijn bij de sessie. Heb je iemand nodig buiten de groep? Spreek dan af wie binnen de groep dat regelt. Deze manier van afspraken maken bevat alle elementen van een succesvol team: een heldere doelstelling, open communicatie, gedeeld leiderschap en een prettige sfeer.

Concrete afspraken

Tot slot bespreek je aan de hand van de actielijst wanneer het zinvol is om weer bij elkaar te komen. En hoe dat geregeld wordt: ter plekke prikken of (actiepunt:) agendaverzoek, secretariaat, datumprikker. Maak ook afspraken over de communicatie: wie moet/mag wat met wie communiceren. En hoe wordt dat gecommuniceerd: medium, inhoud boodschap. Mag alles met iedereen gedeeld worden wat hier besproken is? Maak ook afspraken hoe je onderling communiceert als zaken anders lopen dan gedacht en over hoe de voortgang gemonitord wordt.

Wil je dit artikel altijd bij de hand hebben??
We schreven hier ook een handboek over, waar we dit tot in detail bespreken.
Dit handboek vind je hier en is gratis te downloaden!

De opvolging

Als je een goede aftrap hebt gedaan, komt het vervolg neer op van goede opvolging. Dat begint met de actielijst. Niet pas drie weken na de deadline iets navragen. Dan denk ik ook: lekker belangrijk. Zorg dat je met je opvolging laat merken dat het ertoe doet. Door er regelmatig en op de juiste momenten tijd voor vrij te maken. Geef het dezelfde aandacht als het belang dat je eraan hecht. Een makkelijke manier is een wekelijkse voortgangsbijeenkomst. Of, als dat niet passend is, regelmatige terugkoppeling hoe het met de afgesproken acties staat. Zeker in het begin loop je overigens het risico dat veel acties niet zijn uitgevoerd. Concentreer je in dat geval op waarom een actie niet is uitgevoerd. Probeer de redenen voor het niet uitvoeren van acties weg te nemen. Ook dat is een stap vooruit.

Walk your talk

Het tweede punt van een goede opvolging is minstens zo belangrijk: Walk your talk. Doe wat is afgesproken en geef daarin zelf het onberispelijke goede voorbeeld. Mensen kijken niet naar wat je zegt, maar naar wat je doet. Pas als je zelf het goede voorbeeld geeft, is er ruimte om goed voorbeeldgedrag te volgen. Zorg ervoor dat mensen altijd een positief gevoel overhouden als ze hun mening durven te geven. Ook als die mening je persoonlijk niet bevalt. Je hoeft het niet met ze eens te zijn, maar respecteer hun mening en waardeer het dat ze die met je delen.

De aftrap

Derde punt: als mensen gedrag vertonen dat niet in lijn is met wat in de aftrap is afgesproken, spreek ze daar dan op aan. Door direct feedback te geven geef je drie dingen aan: (1) je laat zien dat de afspraken uit de aftrap en de daar afgesproken doelstelling ertoe doen; (2) je geeft het goede voorbeeld door ook in minder prettige situaties je mening te delen; en (3) je verhoogt de veiligheid en het vertrouwen in het team door te laten zien dat je negatieve oordelen als eerste aan de persoon zelf meldt.

Als extra ondersteuning kan je ervoor kiezen je medewerkers te trainen in de nieuwe vorm van communiceren. Feedback geven en ontvangen is meestal niet ingebakken in de cultuur. Mijn collega’s bij Watson & Associates helpen je hier graag bij.

Conclusie

Open communicatie gaat over het creëren van een veilige omgeving. Een omgeving waarin mensen voor hun mening durven uitkomen. Waarin die mening gewaardeerd wordt omdat het een extra kijk op de zaak biedt en daarmee de besluitvorming verbetert. En betere besluiten hebben allerlei positieve effecten op de prestaties en kosten van een organisatie. Met bovenstaande stappen is dat prima te organiseren. En door te luisteren naar de mening van medewerkers verhoog je hun betrokkenheid aanzienlijk. Je laat zien dat ze ertoe doen. Hoe mooi is dat? Waar wacht je nog op?

 

Vond je dit nou een nuttig artikel?
We schreven hier ook een handboek over, waar we dit tot in detail bespreken.
Dit handboek vind je hier en is gratis te downloaden!